Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

"‘Generatiewonen", nieuw of eigenlijk al heel oud?

opa en kindEigenlijk is het wonen met meerdere generaties (kind, ouders en grootouders) bij elkaar al heel oud, maar met het steeds meer individualiseren van onze maatschappij gaan kinderen ‘uit huis’, het werk of de liefde achterna. Daardoor kennen kleinkinderen hun grootouders vaak alleen van de bezoekjes op zondag en van de verjaardagen waar opa en oma komen.

Vroeger, in de jaren voor, tijdens en na de WO-II, was het vrij normaal, vaak ook onder invloed van de woningnood, dat kinderen bij de ouders introkken als ze wilden trouwen. Dat betekende vaak wel, dat men erg ‘op elkaars lip’ zat en dat ergernissen en frustraties vaak voorkwamen door de beperkte ruimte die men toen tot zijn/haar beschikking had. Het was niet altijd even gemakkelijk, maar toch, het had ook veel mooie kanten.

Meer generaties bij elkaar, is dit positief?

Het contact met grootouders is belangrijk voor kinderen om te zien en te ervaren hoe leuk en hoe verschillend oudere mensen kunnen zijn. Kinderen die veel contact met hun grootouders hebben, denken veel positiever over ouderen dan kinderen die dit contact niet of veel minder hebben. Grootouders kunnen hun kleinkinderen spelenderwijs dingen leren. Ervaringen die zij de rest van hun leven meenemen. Het blijkt dat kinderen, die met verschillende generaties opgroeien, het niet in hun hoofd halen om respectloos met bv. de oudere medemens om te gaan. Het zijn immers iemands grootouders en daar zorg je voor of ze zorgen voor jou als kind. Ze luisteren naar je en hebben vaak niet direct een oordeel omdat ze geen opvoedende taak hebben. Ze mogen ‘verleiden’ tot geaccepteerd gedrag, maar zullen geen verplichtingen stellen. Als dat nodig mocht zijn, is dat de taak van de ouders. Er lijkt meer gecommuniceerd te worden, zowel stimulerend als corrigerend. Bovendien is er een uitlaatklep. Zijn het niet de ouders, dan kun je wel naar de grootouders, maar ook als opa en oma ‘vervelend’ zijn, dan kun je direct bij de ouders terecht en kan erover gepraat worden.

Het contact met de jongere generaties is voor de grootouders heel positief. Ze blijven actief in de huidige tijd, worden uitgedaagd door hun kinderen en kleinkinderen en houden respect voor wat er nu zoal gebeurt.
Grootouders zijn van grote waarde om familietradities over te dragen. Dat kan gaan om eenvoudige dingen, bv. de zelfgebakken koekjes van oma met Sinterklaas, lekkere soep op zondag, een spelletje, enz. Iedereen weet, dat zoiets kleins heel speciaal kan zijn.
Ook geven grootouders de rust. Bij elkaar zijn om simpelweg van elkaar te genieten. Gewoon, er hoeft zoveel minder, er is zoveel meer rust en er mag meer. Opa en oma hebben meer tijd.

De ‘midden-generatie’ staat niet alleen voor de opvoeding. Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de ouders, maar het is heerlijk om af en toe wat hulp en steun te kunnen vragen van je ouders. Zij hebben jou immers opgevoed en kennen jou als ‘midden-generatie’ heel goed.
Daarnaast is de zorg voor elkaar heel plezierig. Je staat als kind, ouders of grootouders nooit alleen. Heb je hulp nodig, dan is er altijd wel iemand bij wie je terecht kunt. Komt een kind uit school en zijn beide ouders aan het werk, bij de grootouders is altijd wel iemand aanwezig.
Ben je wat minder mobiel geworden als oudere, dan is er altijd een helpende hand aanwezig van je eigen kinderen of kleinkinderen. Wederzijdse hulp is dan ook ‘dichtbij’.

Zijn er ook nadelen aan generatiewonen?

Wij vinden van niet, maar het is heel belangrijk om afspraken te maken t.a.v. de opvoeding van de kinderen en om onduidelijkheid te voorkomen. Natuurlijk mag je best eens verwennen als ouders of grootouders, maar dat moet dan wel duidelijk zijn. Een kind heeft grenzen nodig om meer zekerheid te krijgen in een toch al chaotische wereld. Ook opa en oma kunnen hen een stukje zekerheid geven naast wat de ouders al doen. Maak als ouders dus kenbaar wat jouw wensen zijn t.a.v. de opvoeding van je kinderen, zeker als opa en oma dagelijks in de buurt zijn.

Betekent ‘generatie-wonen’ ook ‘op elkaars lip wonen’?

Vroeger woonde men regelmatig met 3 generaties in één huis en kwam je elkaar eigenlijk 24 uur per dag tegen. Wij denken dat het nodig is dat ieder gezin zijn eigen stukje heeft, privacy heeft en ook zijn eigen woonplek heeft met een eigen voordeur. Je loopt niet ieder moment van de dag/nacht ongevraagd of onaangekondigd bij elkaar binnen. Het is dan ook op dit gebied heel belangrijk dat je afspraken maakt en respect toont voor elkaars wensen. Ieder gezin heeft zijn eigen vrienden, zijn eigen bezigheden, ook zijn eigen feestjes en visites.
Uiteraard heb je ook je eigen activiteiten, bv. vakantie met je eigen gezin. Samen wonen betekent niet automatisch dat je alles met elkaar deelt. Dit mag uiteraard wel, maar is niet vanzelfsprekend. Het is zelfs heel fijn als je niet allemaal tegelijk weg bent, want als er steeds iemand thuis is, heb je voor de eventuele dieren geen hulp van buitenaf nodig. Er is altijd wel iemand beschikbaar om voor aanwezige dieren te zorgen.

Het ouderlijk gezag.

Dat grootouders hun kleinkinderen opvangen als dat nodig is, betekent niet dat ze het ouderlijk gezag uitoefenen. Ouders hebben het ouderlijk gezag en ook alleen zij kunnen beslissingen nemen over de grote opvoedkundige keuzes, zoals bv. schoolkeuze, religie, vrijetijdsbesteding, enz. Grootouders hebben op dit gebied geen enkel recht. Als ouders hun rol niet naar behoren uitvoeren, kunnen de grootouders vragen om het gezag over de kinderen te krijgen, maar dat zal wettelijk geregeld moeten worden.
Een harmonieuze, liefdevolle relatie met de eigen kinderen waarin  goede communicatie mogelijk is maakt het gemakkelijker om een goede band te hebben met de kleinkinderen. ‘Baas in eigen huis’ helpt bij het maken van huisregels. Grootouders dringen zich niet op en hebben nu een nieuwe plaats in de familie. Grootouders weten dat zij verantwoordelijkheden hebben, maar niet de beslissingen nemen. Zij vormen de tweede lijn in de opvoeding. Denken misschien wel mee, maar beslissen niet.